dinsdag 12 juli 2016

Het is Pesse niet!

Het is een gewone, doorsnee dinsdag. Behalve dan dat we al aan week 4 van de vakantie begonnen zijn en mijn kind zich schromelijk verveelt. “En zeg alsjeblieft niet dat dat goed voor me is en dat ik daar creatief van word!” Dus dat doe ik dan maar niet. In plaats daarvan hoor ik mij zeggen: “Dan ga je even naar de stad. Mensen kijken ofzo.” Ho wacht even, schrok ik van mezelf, naar de stad?! Alleen?! We wonen hier wel in Praag hoor. Dat is iets heel anders dan Borculo of Pesse. Praag is groot en Tsjechisch. En tjokvol met mensen. Praag is nummer drie in de top-10 van zakkenrollend Europa. En mijn kind is wel mijn kind. En hij moet wel Bereikbaar blijven. Dat kan niet als zijn telefoon gerold wordt. Mijn kind is anders ook heel zelfstandig. Hij kan zich prima redden. Hij loopt niet in zeven sloten tegelijk. En is niet voor een gat te vangen. Laat zich de kaas ook niet zomaar van het brood eten. Wat kan ik er verder nog voor een overtuigende Nederlandse gezegdes tegenaan gooien? Hij kent de weg en het OV beter dan zijn nogal es in het rondklungelende moeder. En als hij oud genoeg is om met het OV naar bestemmingen te reizen, dan is hij toch ook oud genoeg om met het OV zonder bestemming te reizen?


Al die gedachten schieten als een achtbaan door mijn hoofd. Afwegingen maken op topsnelheid. Maar ik kan al niet meer terug. Het kind denkt: goed idee. Dus het kind vertrekt, op zijn slippers en met zijn phone. En een plan, ja zelfs met een plan. Eerst het park, dan de Oude Stad en dan weer naar huis. Hij belooft me op de hoogte te houden van zijn bewegingen. En ja hij zal zoveel mogelijk met de tram reizen, en zo min mogelijk met de metro. Want in de metro ben je namelijk niet zo Bereikbaar. Ik sms er een batterij totaal overbodige waarschuwingen achteraan. Want dat kan, als het kind Bereikbaar is. “Lalalala loslalalalatennnnn”, zing ik mezelf maar weer eens toe. In plaats van mijn kind liefdevol irritant op zijn telefoon te stalken typ ik deze blog post. Maar nu heb ik het wel weer lang genoeg gerekt. Gauw een sms sturen om zijn whereabouts te checken!

woensdag 15 juni 2016

De schoonheid van afscheid


Het is weer die tijd van het jaar. Elk jaar weer moeten we afscheid nemen van mensen die definitief Praag verlaten. Het doet pijn en het went maar niet. Op de dag dat we blij zouden moeten zijn omdat de zomervakantie begonnen is, zitten onze kinderen droef en met hangende schouders op de bank. Ze missen de kinderen die zijn weggegaan nu al. Het feit dat ze die kinderen evengoed wekenlang niet zouden hebben gezien als ze wel in Praag waren gebleven, telt niet. De wetenschap dat er weer iemand vertrokken is die een belangrijke plek in hun leven innam, schrijnt. Het is ontroerend om te zien hoe dapper ze ermee omgaan. Nog een laatste stevige omhelzing, en daar gaat hij. Of zij.

Ik vind het moeilijk om onze kinderen verdrietig te zien zijn. Ik begrijp het. Ik voel het verdriet ook. Maar ik zou graag zien dat het de lieverds bespaard bleef. Helaas. Toch is het ook mooi. Dat je zoveel om iemand geeft, dat het pijn doet als hij weggaat. En dat dat andersom ook zo geldt. Maar het cliché “ we zien elkaar weer in de hemel”, helpt niet. Het verzacht de pijn in het hier en nu niet. Het schrijnt nog net zo zeer als voordat iemand die onvermijdelijke woorden uitsprak. Troostender vind ik de gedachte dat we voor elkaar kunnen bidden. Ik breng iemand die aan de andere kant van de wereld woont, aan Gods voeten. Zij doet hetzelfde voor mij. Het is dan alsof we elkaar daar, even ontmoeten, heel even bij elkaar zijn. En wat is er nu een mooiere plek om iemand te ontmoeten dan voor de troon van God?


Afscheid nemen brandt een gaatje in je hart. Dat groeit wel weer dicht, maar het duurt eventjes.

maandag 30 mei 2016

Het dorp dat van de kaart werd geveegd

“Als je je kind niet wilde afgeven, dan werd het met geweld uit je armen getrokken. We zouden hoogstens een uur van hen gescheiden zijn, zo werd on verteld, en dan weer bij elkaar zijn. We hebben ze nooit teruggezien.”  



Op 27 mei 1942 wordt Reinhard Heijdrich, gouverneur van het protectoraat Bohemen, door twee Tsjechen, die vanuit Engeland per parachute in Tsjechie waren gedropt, neergeschoten en acht dagen later bezwijkt hij. Hitler is woedend en roept op om de daders te vinden. De Duitsers voeren vervolgens wraakacties tegen Tsjechische burgers uit.

Tien juni 1942. Het tamelijk willekeurig gekozen dorp Lidice wordt door de Duiters omsingeld. Alle dorpelingen worden uit hun huis gejaagd en centraal verzameld. De mannen, van 15 jaar en ouder worden in een schuur opgesloten. In een documentaire in het muzeum van Lidice komen overlevenden aan het woord die met elkaar die vreselijk dag en de daarop volgende periode reconstrueren. Een oude vrouw vertelt: “Mijn vader had waarschijnlijk geen idee wat hem en ons te wachten stond. Hij zei:”We zien elkaar snel weer.” En voordat hij weggevoerd werd zei hij:”Vergeet God niet.” Dat is het laatste wat ik van hem hoorde.” De volgende dag werden alle mannen doodgeschoten.

De vrouwen en kinderen worden apart verzameld en later van elkaar gescheiden. Ze zullen allemaal naar een kamp gestuurd worden. De kinderen, zo wordt hen verteld, zullen vanwege het comfort met de bus gebracht worden, en hun moeders reizen met de trein.


 “Maar er ontstond tumult. De kinderen gilden. Ze wilden niet van hun moeders gescheiden worden. En de moeders wilden dat ook niet. Toen begonnen de nazi's in de lucht te schieten en ze brulden dat wie zijn kind niet vrijwillig afgaf, neergeschoten zou worden. Als je je kind niet uit handen wilde geven, dan werd het met geweld uit je armen getrokken. We zouden hoogstens een uur van hen gescheiden zijn en dan weer worden verenigd. We hebben ze nooit teruggezien. Dat moment dat je kinderen van je los worden gescheurd, hun geschreeuw en gehuil, dat vergeet je je hele leven niet meer. Nooit” De oude vrouw buigt haar hoofd. Haar schedel zichtbaar door haar dun geworden haar. Moeizaam brengt ze een zakdoekje naar haar ogen, om haar tranen weg te vegen, tranen die na al die jaren nog altijd niet hadden opgehouden te stromen.


“Tot aan die dag in juni wisten we weinig van wat er om ons heen gebeurde. Kinderen groeiden niet zo snel op als tegenwoordig. Ons leven was eenvoudig. We gingen van huis naar school en weer naar huis. Daarna lieten we de gansen grazen en maakten we ons huiswerk. Dat was ons leven. Televisie enzo dat was er allemaal nog niet. We waren zo naief. We wisten niets van de wereld.”, vertelt een van de oude vrouwen in de film.

De vrouwen eindigen in Ravensbrück. Een deel van hen sterft, ofwel door ziekte en uitputting, of in de gaskamers. De kinderen worden naar Lodz in Polen gestuurd. Daar worden ze gesorteerd op rassenkenmerken en de kinderen die er arisch uitzien worden bij Duitse families ondergebracht om gegermaniseerd te worden. “En toen kreeg ik een nieuwe naam en heette ik Ingeborg.” De overige kinderen werden vergast in Chmelno. De “arische” kinderen kwamen na de oorlog weer naar Tsjechië. “Ik heb nooit geweten wat er met de andere kinderen is gebeurd. Daar kwam ik pas na de oorlog achter.”

Het dorp Lidice wordt volledig met de grond gelijkgemaakt. Alles wordt platgebuldozerd. Op de plaats van het vroegere Lidice is vrijwel niets overgebleven van het dorp, behalve de overblijfselen van de boerderij van de familie Horak en de fundering van school en kerk. De plaats waar het dorp ooit lag is nu een herinneringsplek geworden. Rustiek en groen met paden die van monument naar monument leiden.


  
De zon schijnt, de vogels fluiten, bloemen bloeien. Een Brandenburgs concert van Bach komt over de grasvelden aangegolfd. En dan zijn er die beelden. Een monument voor de vrouwen uit het dorp die vermoord zijn. Het monument voor de vermoorde kinderen. Daar staan ze alle 82, als gegoten. De herinneringsmuur voor alle mannen die genadeloos zijn neergemaaid. Een monument voor alle dorpen die onder collectieve wraakacties van de nazi's te lijden hebben gehad, waaronder ook Putten.

In 1949 wordt het dorp een eindje verderop herbouwd. Maar wat maakte het dorp dan eigenlijk het dorp. De mensen die er woonden? Of de huizen en gebouwen? Van de oorspronkelijke bevolking is  dan vrijwel niemand meer over, op een aantal vrouwen en een handjevol kinderen na. Lidice is door de verschrikkingen die het te verduren kreeg, nu wereldwijd bekend en er zijn aantal gemeenschappen in andere delen van de wereld, die de naam van het stadje dragen.









dinsdag 26 april 2016

Deurleefd

Wat een prachtexemplaar. Zelden zo'n boeiend gearrangeerde samenloop van planken en latjes in een deur gezien. Je vraagt je af hoe het zo ver heeft kunnen komen. Het begon vast ooit als een normale, op maat gemaakte deur. Naar mijn idee moet het paneel rechts boven een restant van het origineel zijn, alsook de omlijsting. En als dat zo is dan was het wel een deur met allure. Maar toen? Zou er geleidelijk verval zijn opgetreden en dat de gaten steeds werden opgelapt en dat er toen ineens een deur met een soort quiltpatroon verscheen? Of is er iemand in een dronken bui doorheen gesjeesd? En moest er in allerijl een oplossing verzonnen worden om het gat te dichten? Want ja deuren hebben een functie en die moeten ze behouden. Ze sluiten af en verlenen toegang. Of niet natuurlijk. Niet alle maatregelen leveren het gewenste resultaat op. En zeg nou zelf, dat hangslotje ziet er niet zo vertrouwenwekkend uit.

Wat een prachtexemplaar. Zelden zo'n boeiende samenloop van omstandigheden en littekens in een persoon verenigd gezien. Je vraagt je af hoe het zover heeft kunnen komen. Het begon vast ooit als een puntgaaf stevig mens. Misschien dat het onderdeel links halfhoog achter zijn ribben nog wat restanten van het orgineel heeft, alsmede de spiegels van de ziel. Als dat zo is, dan was het wel een verschijning met allure. Maar toen? Zou er geleidelijk verval zijn opgetreden, zakkend langs 's levens regenpijp de goot in? Of zou hij met klaar geweld verwoest zijn en moest de mens in allerijl opgelapt om volledige ineenstorting te voorkomen? Want ja hij had wel een functie en die moest hij behouden. Of niet natuurlijk. Niet alle maatregelen leveren het gewenste resultaat op. En zeg nou zelf, de onvast-ter-beenheid met stok ziet er niet zo vertrouwenwekkend uit.


Ik wil het eigenlijk gewoon weten. Zowel van de deur als de mens. Hoe werden ze wat ze nu zijn? Werd het verval niet opgemerkt en hingen ze plots versleten in hun sponningnen? Of is er moedwillig schade berokkend. Maar eigenlijk is het niet zo belangrijk. Beiden zijn prachtig zoals ze nu zijn. Karakteristiek en enig in hun soort. En oneindig interessant door de zichtbare geschiedenis die niet verteld wordt.

vrijdag 15 april 2016

A refugee's point of view

Guestblog by J. Wolters

Hi I'm Hasan and I'm going to tell my story starting from arriving in Prague till becoming a member of a church.

I just arrived at at the Vaclav Havel Airport Prague. It's a small airport. I don’t like the weather. It's cold. But I guess I will have to live with it. How do I get to the metro? Ah, there is a bus going to Nádraží Veleslavín. It says metro next to it. Great, where's my wallet? Here it is. Now I can pay. What!? I have to pay double price. Maybe the stickers are old.

When I enter the bus I get angry looks. I sit down next to someone who immediately stands up. When I enter the metro some people leave. I look around and see a sticker “ refugees not welcome” I did not speak english well. Luckily it said it in arabic. Luckily? “ اللاجئين غير مرحب بهم” What!? I’m a person too. Some teenagers laughed at me. I ignored them.

I was thunderstruck. I started noticing them all over. They were everywhere. One day someone threw a tomato at me on my way home. The home which I found online. It was the only home that someone rent me.I had to redo the paint and the floor. I found a job which paid enough to buy food and pay the rent. I was a trash man. I smelt bad too.
Once every few months I saw a sticker that said “refugees welcome” and “اللاجئون يرحبون” but I started thinking “am I really not welcome here?”

One sunday morning when I was walking around the neighborhood a man walked up to me (I knew some English by now) and told me his name: Petr. He asked if I would like to come to church with him. I said yes since I did not have anything to do. He was basically the only nice person I met so far. When we arrived at his church, which was close by, I was greeted with warm smiles. It was the first place where I felt at home. They started with cookies and coffee or tea. After that they sat down at some tables. First they sang some songs. Next a kid came up front and read something from a big book which said “Bible” on the front. Next a big tall man came up. Petr was with him. He started talking in english. Every few sentences he would pause and Petr would say it in Czech. Because the man spoke in english I could understand him. He spoke words which I believed. After the service I asked petr if he would study the big book with me. He said yes. I was glad.

Every friday we would meet and talk about the big book which was called bible. it was areally nice one. I learned a lot. I like the story of David best. Petr said that from David’s family baby Jesus would be born. When we talked about Jesus he said that he would come back some day. Five weeks later I became a christian. When I became christian Petr asked if I would like to do my testimony. I said yes.

That sunday when Petr asked me to come up. I came and started talking.
“I was a hard working at Radio Free Europe in secret. Many people tried to kill me and my family. I had a wife ‘Fatima’ and twins “Ahmed and Mohamed” and my name is Hasan. One day at the radio  someone came running in and said “Hasan you must leave now you're wife and children are killed they are looking for you now” I grabbed some clothes, a toothbrush, and my phone. I ran for the airplane and left. Now I’m here and I like it. Even though it is cold. I really like being a part of this church.” I don't know what will happen in the future. I hope it will be good. But only God knows what will happen and I trust him. I hope I can stay here because I feel loved here. 

The end.

maandag 11 april 2016

Aanstekelijk wachten

Wachten
Wachten. Een van die dingen in het leven waar een mens maar mee te dealen heeft. De een is daar wat beter in dan de ander. Maar zelfs al ben je een hele hoge in de orde der tijdverbeidenden, dan nog kan er het moment komen dat je je begint te vervelen.

Een van de gelegenheden hier waar je gegarandeerd de klos bent als het over wachten gaat, is het postkantoor. Ons dichtstbijzijnde is een behoorlijk groot exemplaar en het gebeurt maar zelden dat ik snel aan de beurt ben. Alleen rond lunchtijd lukt dat. Maar gelukkig ben ik best goed in wachten. Meestal zit ik en bestudeer ik de homo sapiens binnen mijn blikveld. Daar is niet altijd zoveel aan te beleven, want de meeste mensen zijn in zichzelf gekeerd of in hun telefoon. Het moment dat ik mij begin te vervelen komt dan inderdaad. Niets interessants te zien hier vandaag.

In  mijn hoofd zoemt een melodie. In de hal van de bergkoning, van Edvard Grieg om precies te zijn.  Na een poosje realiseer ik mij dat de melodie zich niet slechts in mijn hoofd bevindt, maar zich een uitweg heeft gezocht via mijn mond. Daar zit ik dan te neuriën. Pompompompompompompooompompompoompompompoom. Lekker deuntje wel. Maar toch, ik kan er misschien beter maar weer mee ophouden. Je kunt een ander je muziek niet zomaar opdringen natuurlijk. Vind ik ook niet fijn als anderen dat bij mij doen.  Het is weer stil in de wachtruimte. En ik verveel me weer. Weer vijf minuten verstreken.

En dan gebeurt het. De mevrouw links van mij heeft een melodie in haar hoofd. In de hal van de bergkoning, van Edvard Grieg om precies te zijn.   En het bevindt zich niet slechts in haar hoofd. Het heeft zich een uitweg gezocht via haar mond. Daar zit ze dan te neuriën.  Pompompompompompompooompompompoompompompoom. Lekker deuntje eigenlijk wel. Ik vraag haar of het besmettelijk was. Ze krijgt een kleur en ze lacht naar me. Dat was het inderdaad.

En ineens begint iedereen in het postkantoor Grieg te neuriën. De vrolijkheid verplaatst zich van de ene persoon naar de andere, totdat het hele afschuwelijk saaie, bruine postkantoor met muziek is gevuld. En muziek verbindt, dat zie je.

Nee, het zou leuk geweest zijn, maar helaas gebeurde het niet. Misschien moet ik het in de toekomst toch vaker proberen. Als ik weer eens ergens zit te wachten gewoon een aanstekelijk melodie hummen en dan maar zien wat er gebeurt. Wie weet, misschien, op een dag….  

dinsdag 5 april 2016

Schermutseling

“Ha een plekje in een hoekje”, denk ik verheugd als ik in de tram stap om naar een gebedsbijeenkomst te gaan. Ik ga daar nog spijt van krijgen, maar pas later. Het is druk in de tram en ik ben allang blij dat ik kan zitten. Ik nestel me met mijn leesvoer in de stoel en de tram rijdt weg. Aan mijn omgeving besteed ik niet veel aandacht. In de tram hangt de gebruikelijke wolk alcohol die zo kenmerkend is voor het einde van de dag in het weekend. Ook hoor ik achter in de tram het bijbehorende gebler van de drinkebroers (en –zussen misschien ook wel).

Het gebrul neemt toe maar ik heb het pas door als het al te laat is. Ik kijk op en zie de vrouw die naast me staat wegschieten en op hetzelfde moment komen twee mannen al knokkend langsgeschoven. Het is een kansloze aangelegenheid voor een van hen, een schraal figuur, en aan de korte kant. Ik noem hem maar “de Kleine”. De andere knokker legt alleen al met zijn omvang genoeg gewicht in de schaal om zijn tegenstander omver te duwen. Laat ik hem dan maar, heel verrassend, “de Grote” noemen.

Ik wil ook weg, net als die vrouw! Maar ik zit als een rat in de val in mijn zo gewaardeerde hoekje. Ik kan geen kant op, realiseer ik mij met afgrijzen. Ik bekijk het tafereel eens goed. Die bierflessen die zij in hun hand hebben. Hoe zou dat voelen als die in eens op mijn hoofd terecht zouden komen? Als er dan nog wat te voelen is. Ik word bang en zit bevroren op mijn stoel, mijn hoofdhuid prikkelt, mijn ademhaling gaat sneller en mijn hart vliegt in galop. Het zweet breekt me uit. Ik ben niet de enige want ook bij “de Kleine” loopt het in straaltjes van zijn gezicht. Ik bedenk hoe vreemd het is dat ik dat allemaal zo afstandelijk in een seconde registreer terwijl de adrenaline door mijn lijf giert. Het is niet voor het eerst dat er gedoe in de tram is. Maar het is me nog niet eerder overkomen dat er op een halve meter afstand gevochten wordt, en ik geen kant op kan. Er zit niets anders op dan te blijven zitten in mijn stoel en te bidden dat er niets ernstigs zal gebeuren.

De Grote geeft met een agressieve grijns de Kleine weer een duw. Het lijkt alsof hij er een wreed genoegen in schept. De Kleine op zijn beurt houdt zijn handen gekruist voor zijn gezicht om het te beschermen en ratelt ondertussen maar door. Aan de toon kan ik horen dat hij zijn vechtgenoot probeert over te halen. Hij soebat en pleit. Maar hij krijgt nog een duw. Ik merk dat ik mijn adem al een behoorlijke tijd heb ingehouden en ik laat de lucht weer ontsnappen. En ik denk: “Waarom doet er niemand iets?!” Om me te realiseren dat ik zelf ook niets doe.


Ineens keert het tij. De Grote laat wat agressiviteit varen en de Kleine pakt nu door. Hij praat en praat en praat en dan, net voor de volgende halte schudden ze elkaar de hand. Ik geloof mijn ogen niet, en een zucht van verlichting laat zich niet tegenhouden. Als de tram stopt, stapt de Grote uit en kijkt, nog nastomend, de tram na. Godzijdank zijn er geen gewonden gevallen. En ik? Ik stap drie haltes verderop uit en ik loop met nog trillende handen en knikkende knieën naar de kerk.